‘Ik voelde liever mijn angst voor mijn boze papa dan de machteloosheid van mijn radeloze mama. Ik wist toen al hoe ik mijn papa moest kalmeren. Bij papa wist ik waar ik aan toe was. Dat leek mij veiliger. Zo had ik controle en grip om te overleven. Ik had echt geen keus’. Jort (15) ging op zijn 11e bij papa wonen
Deze uitspraak staat op de boekenlegger van mijn boek Ben ik nou gek?. Hij raakt knetterhard en is precies daarom ook zo waar. Deze opmerking verwoordt iets wat veel ouders bij ouderverstoting (PAS) voelen maar nauwelijks durven denken. Hij schuurt aan schuld, schaamte en machteloosheid.
Ouderverstoting is geen gebrek aan liefde, ondankbaarheid of een bewuste keuze om jou te straffen. Wat jij als verstoten ouder ziet als afwijzing, is vaak het lichaam van jouw kind, dat ooit besloot: 'Dit is te veel'. En dan kiest het lichaam vóór het verstand en voor de logica van het kinderbrein en gaat op slot.
Een kind hoeft niet te besluiten: 'Ik verbreek het contact'. Het lichaam doet dat wel en spant zich aan of het sluit af. Dat gebeurt niet omdat er geen liefde is van het kind naar jou, maar omdat jouw nabijheid spanning en onveiligheid oproept. En spanning vraagt om een uitweg.
Polyvagaaltheorie
De term polyvagaal is bedacht door de grondlegger van deze theorie, Stephen Porges.
In mijn ogen is deze term onhandig gekozen. Maar ik zal hem uitleggen. Letterlijk betekent poly ‘meerdere, verschillende’ en vagaal staat voor ‘zwervend’. In deze theorie gaat het om de nervus vagus; 'de zwervende zenuw’. Deze zwervende zenuw is de 10e hersenzenuw. Het gaat bij deze theorie dus om meerdere uitwerkingen van één en dezelfde zwervende zenuw, de nervus vagus. Deze zenuw loopt van je hoofd tot diep in je buik en kan verschillende automatische, lichamelijke reacties aansturen. Deze reacties zijn afhankelijk van de veiligheid of dreiging die wordt ervaren door het kind.

Wat dat betekent bij ouderverstoting | PAS
Het zenuwsysteem van ieder mens stelt continu één vraag: Ben ik hier veilig? Als het antwoord ‘Ja’ is, ontstaat ruimte voor contact. Als het antwoord echter ‘nee’ is, schakelt het lichaam automatisch naar aanval, verdediging of afsluiting. Dat gebeurt zonder nadenken of keuze, zonder enige schuldgevoelens of logica.
Bij ouderverstoting staat dit systeem vaak langdurig in zo’n beschermstand. Dan voelt contact met de verstoten ouder niet als troost maar als dreiging. Dat betekent dat woorden, logica en bewijzen niet binnenkomen bij het (volwassen) kind. De ‘veilige’ ouder voelt dan onveilig en onveiligheid doet pijn.
Een ouder die reflecteert en verantwoordelijkheid neemt, die voelt en woorden zoekt, kan voor een kind juist te veel emotie meebrengen. Het verdriet van die ouder, de hoop en het verlangen naar contact, hoe liefdevol ook bedoeld, kunnen voor een overbelast zenuwstelsel van het kind zorgen. Het kind voelt dat hij/zij de ouder moet dragen.
En dan kiest een kind soms voor afstand of zelfs voor de ouder die boos of dominant is. Die keuze wordt puur gemaakt omdat die ouder wél voorspelbaar voelt. Die keuze is niet omdat de verstotende ouder beter is, maar omdat die ouder minder vraagt.
Waarom praten het vaak erger maakt
De verstoten ouder blijft maar uitleggen, nuanceren, rechtzetten en bewijzen met papieren zwart op wit. Dat is logisch en menselijk. Maar vaak is dat precies wat het lichaam van het kind niet kan verdragen. Want waar deze ouder verbinding zoekt, ervaart het lichaam van het kind druk; en druk vergroot de afstand.
Wat dit van jou als ouder vraagt is onmenselijk zwaar. Maar herstel begint niet bij gelijk krijgen maar bij:
- Veiligheid bieden zonder claim
- Aanwezig blijven zonder trekken
- Liefde tonen zonder bewijsdrang
- Ruimte laten zonder te verdwijnen
Een zenuwstelsel is namelijk niet te overtuigen.
Ouderverstoting is geen probleem van onwil maar van een zenuwstelsel dat ooit geen veilige uitweg meer zag. Wie dat begrijpt, stopt met vechten tegen gedrag en begint te werken met wat er werkelijk speelt.